Kennisdeling // Vakmanschap als strategische hefboom voor productiviteit.

Maakindustrie NESQ

Vakmanschap als strategische hefboom voor productiviteit: hoe préboarden, onboarden en werkplek trainen het verschil maken.

In de maakindustrie is het vakmanschap de stille kracht achter elk product dat de deur uitgaat. Maar in een sector waar de complexiteit groeit en goede mensen schaars zijn, is vakmanschap niet langer iets dat je erbij doet. Het is een strategische hefboom. Vakmanschap is geen aangeboren talent, het is een resultaat van gestructureerd leren, gerichte begeleiding en een continu ontwikkeltraject.

Van ambitie naar realiteit

De maakindustrie staat voor enorme uitdagingen: mondiaal verdienmodel, stijgende loonkosten, schaarste op de arbeidsmarkt. In die context is vakmanschap geen luxe, maar een cruciale strategische troef. Alleen, als je het vakmanschap maar losjes behandelt, ontstaat verzandend leren en dat kost je tijd, kwaliteit én winst.

We gingen hierover in gesprek met Antijn Koers, directeur van Suplacon. Het is een herkenbaar onderwerp, vertelt hij. In zijn organisatie ziet hij dat vakmanschap niet vanzelf groeit en dat het sturen op ontwikkeling essentieel is om als bedrijf wendbaar en concurrerend te blijven.

""We investeren in processen, digitalisering en techniek, maar als we onze mensen niet meenemen in hun ontwikkeling, dan blijft het rendement uit.""

Hij benadrukt dat het niet alleen gaat om onboarden of instructies, maar om het creëren van een omgeving waarin mensen continu leren en hun vakmanschap uitbreiden. Het moet verankerd zijn in hoe je samenwerkt, aanstuurt en begeleidt.

Bij NESQ sluiten we daarop aan: echt vakmanschap op de werkvloer ontstaat pas als leren, trainen en ontwikkelen onderdeel zijn van de dagelijkse praktijk. Niet als inhaalslag, maar als fundament.

De drie bouwstenen van echt vakmanschap

1. Gestructureerd onboarden én verder bouwen

Een warm welkom, een rondleiding, een toegewezen werkplek; allemaal belangrijk, maar niet voldoende. In de maakindustrie zien we dat het 2 tot 5 jaar kan duren voordat iemand écht volwassen is in de betreffende rol. Dat is geen toeval, dat is een symptoom van onderontwikkeling. Sterk onboarden is pas stap 1. Daarna moet je verder bouwen.

2. Werkplek trainen: leren óp de werkplek

Leren moet plaatsvinden waar het werk gebeurt, op de werkvloer dus, met echte opdrachten, begeleiding en feedback. Theorie zonder praktijk is zonde; praktijk zonder sturing is los zand.

Werkplek trainen gaat over voordoen, samen doen, zelf doen:

  • Observaties en trainen
    • Wat doet de medewerker nu? Wat valt op in gedrag, tempo, keuzes?

    • Niet alleen uitleggen, maar laten zien hoe het moet

  • Herhalingen en verbeteringen
    • Gericht herhalen, bijsturen en vertrouwen opbouwen

  • Oefenen met variatie
    • Zodat het geleerde toepasbaar wordt in verschillende situaties

  • Feedback en reflectie op proces en resultaat
    • Gericht op het proces én het resultaat

    • Wat ging goed? Wat kan anders? Wat heb je geleerd?

Bij Suplacon wordt deze aanpak zichtbaar op de vloer: teamleiders coachen actief, geven feedback, en werken met structuur. Geen eenmalige training, maar een continu leerproces in de praktijk.

3. Persoonlijke leerpaden: leren dat past bij de persoon

Niet iedereen leert op dezelfde manier, en niet iedereen in hetzelfde tempo.

Daarom:

  • Uitstippelen wat iemand moet kunnen na bepaalde periodes, bijvoorbeeld: 1 maand, 6 maanden, 1 jaar

  • Ruimte geven voor verdiepen of specialiseren

  • Geleid worden door feedback en waar nodig bijsturen

  • Het koppelen van praktijkdoelen aan motivaties

"“Pas als je medewerkers inzicht geeft in hun groeipad én ze daar samen mee aan de slag gaan ontstaat eigenaarschap en groei”"

Waarom deze aanpak rendement oplevert

Volgens Antijn raakt vakmanschap direct aan productiviteit. Als medewerkers goed zijn ingewerkt, weten wat er van hen verwacht wordt en effectief begeleid worden in hun ontwikkeling, dan stijgt de output én daalt het aantal fouten.

Daarbij is betrokkenheid minstens zo belangrijk. Vakmanschap dat gepaard gaat met eigenaarschap en verbondenheid met het werk, vergroot de motivatie én de prestaties op de vloer.

  • Versnelde inzetbaarheid
    Medewerkers bereiken eerder het niveau dat bijdraagt aan output, een jaren verspild tussen inwerken en productief zijn.

  • Kwaliteit & foutreductie
    Wie gestructureerd oefent onder begeleiding, maakt minder fouten en leert sneller van fouten.

  • Betrokkenheid & retentie
    Mensen willen zich ontwikkelen. Organisaties die ruimte en richting bieden voor groei, versterken de betrokkenheid en verkleinen het risico op verloop.

  • Innovatie & verbetering
    Vakmensen die de processen begrijpen, kunnen ook verbeteringen voorstellen. Zo transformeert vakmanschap naar organisatiekracht.

Hoe NESQ daarbij kan ondersteunen

Bij NESQ helpen we bedrijven in de agri-, food- en maakindustrie niet alleen met het formuleren van visie, maar óók met de uitvoering op de vloer. Onze aanpak combineert:

  • ontwikkeling van een blauwdruk op maat, afgestemd op de organisatiecontext

  • co-creatie van leerprogramma’s die passen binnen de operationele praktijk

  • ondersteuning bij préboarden en onboarden, inclusief structuur en begeleiding

  • facilitering van werkplek trainen als integraal onderdeel van het werkproces

  • implementatie van persoonlijke leerpaden en groeimodellen

  • training van teamleiders en praktijkbegeleiders als leercoach op de vloer

  • borging via KPI’s, meetmomenten en culturele inbedding

We doen dat niet vanachter een bureau, maar mét jullie, op de werkvloer.

Conclusie: vakmanschap gaat om visie én actie

Vakmanschap ontstaat niet door te hopen dat mensen het vanzelf oppikken. Het ontstaat door beleid, structuur en aandacht voor leren in de praktijk. Door te investeren in onboarding, werkplek trainen en persoonlijke leerpaden, verander je vakmanschap van losse term naar strategische hefboom.

Zo wordt jouw organisatie fitter, wendbaarder en toekomstbestendiger.